Slecht zien en autorijden
Voor het halen of behouden van een rijbewijs stelt de wet bepaalde eisen aan het functioneren van de ogen. Wanneer een bestuurder niet meer aan die voorwaarden voldoet, mag hij of zij dus niet zonder meer autorijden.
De wet onderscheidt onder andere:
• Gezichtsscherpte:
De mate waarin iemand de kleinste details onderscheidt. Normaalziende mensen hebben een gezichtsscherpte van 1,0 of beter. De wettelijke eis voor het rijbewijs is ten minste 0,5.
• Gezichtsveld:
Het totale beeld dat iemand heeft zonder hoofd of ogen te bewegen. Bij normaalziende mensen is het gezichtsveld ongeveer 180 graden breed. De wettelijke eis voor het rijbewijs is ten minste 120 graden (ononderbroken in horizontale richting).
Met behulp van een Bioptisch telescoopsysteem en een training in het gebruik van dit hulpmiddel (bij verlaagde gezichtsscherpte) of een kijktraining (bij een verminderd gezichtsveld), is het in sommige gevallen toch mogelijk om het rijbewijs te behalen of te behouden, ondanks de visuele beperking.
Er zijn veel meer oorzaken denkbaar waardoor iemand niet voldoende ziet voor het hebben van een rijbewijs, maar die worden hier buiten beschouwing gelaten.