Welke wetswijziging vond plaats?
De verkeerswetgeving stelt aan gemotoriseerde deelname twee hoofdeisen t.a.v. de visuele waarneming:
- een gezichtsscherpte (visus) van minimaal 0.5 (met twee ogen kijkend)
- een minimaal gezichtsveld van 120 graden
Daarnaast zijn er een aantal aanvullende eisen.
- een gezichtsscherpte (visus) van minimaal 0.5 (met twee ogen kijkend)
- een minimaal gezichtsveld van 120 graden
Daarnaast zijn er een aantal aanvullende eisen.
Deze eisen zijn niet gewijzigd maar de bioptische telescoop is als wettelijk optisch hulpmiddel opgenomen in de lijst van hulpmiddelen (zoals bijvoorbeeld een bril).
Voordat een slechtziend persoon mag autorijden, moet hij/zij voldoen aan een aantal voorwaarden:
• Voorafgaand aan de training beoordeelt een oogarts wat de oorzaak, prognose en de stabiliteit van de lage gezichtsscherpte is.
• Het volgen van de door het CBR erkende training in het gebruik van het bioptische telescoop systeem bij Visio.
• De door het CBR afgenomen rijtest toonde aan dat de persoon beschikt over praktische rijgeschiktheid. Hij of zij kan zich veilig en vlot door het verkeer bewegen met gebruikmaking van het hulpmiddel.



